"Dat ziet er toch niet uit, de zon schijnt niet eens!”

"Dat ziet er toch niet uit, de zon schijnt niet eens!”

Waarom draag ik altijd een zonnebril, zelfs als de zon niet schijnt? In dit blog vertel ik over lichthinder en de impact ervan op mijn dagelijks leven.

“We zeiden al tegen elkaar: die gek heeft de hele dag z’n zonnebril op.” Lachend liep de beste man weg, nadat hij me erop had gewezen dat volgens hem en zijn vriendengroep de zon helemaal niet scheen. Onwetendheid, maar naar mijn mening ook een beetje onnozelheid. Ik zou hier cynisch op kunnen reageren door te zeggen dat de zon overdag natuurlijk altijd schijnt, ook al is het bewolkt, anders hadden we immers geen licht. Uitleggen waarom ik een zonnebril draag terwijl jij denkt dat de zon niet schijnt, heeft eigenlijk weinig zin. Toch doe ik het nu wel. Niet voor die jongen en zijn zogenaamd grappige vriendengroep, maar voor de mensen die me oprecht vragen waarom ik vaak een zonnebril draag. 

Het simpele antwoord is: lichthinder. Behalve nachtblindheid heb ik namelijk ook moeite met zien wanneer er juist te veel licht is. Enkele jaren geleden is er bij mij een lichtonderzoek gedaan. Daaruit bleek dat voor mij ongeveer 500 lux prettige verlichting is. Dat komt overeen met kantoorverlichting die gelijkmatig verspreid is. Ter vergelijking: op een zonnige dag kan de lichtsterkte oplopen tot meer dan 100.000 lux. Dat is meer dan tweehonderd keer zoveel licht als mijn ogen kunnen verdragen. Dus waar jij in de zomer je zonnebril opzet omdat 100.000 lux te fel is, kan voor mij een grijze winterdag datzelfde effect al hebben. 

Ook moderne lampen maken het lastig, omdat je daarbij vaak rechtstreeks in de lichtbron kijkt. Zo heb ik mijn zo geliefde tafellamp weg moeten doen: prachtig om te zien, maar totaal niet handig. Thuis heb ik het daarom, passend bij mijn karakter, het liefst zo donker mogelijk. In de woonkamer hebben we een prachtige lichtstraat van glas. Wederom heel mooi, maar voor mij super onhandig. Ik heb dan ook regelmatig, wanneer ik op de bank lag, een soort huisje van kussens rondom mijn hoofd gebouwd om het licht tegen te houden. Ook binnenshuis een zonnebril dragen is mij niet vreemd. Sterker nog, ik ken veel meer slechtzienden die dat doen.  

De meubels in ons huis staan, zoveel mogelijk, zo opgesteld dat ik nooit direct in het buitenlicht kijk. Ook op andere plekken probeer ik altijd met mijn rug naar het raam te gaan zitten om niet verblind te worden, zelfs in de winter, wanneer het voor jou misschien een donkere dag lijkt. 

Ik draag mijn zonnebril en pet niet omdat ik cool wil lijken (ik ben van mezelf al méér dan cool genoeg), en ook niet om op een feestje mijn zogenoemde drugsogen te verbergen (de enige drugs die ik gebruik zijn mijn antidepressiva). Ik draag ze simpelweg omdat licht voor mij al snel te fel wordt en letterlijk pijn aan mijn ogen doet.