Een hele, hele, hele diepe buiging!

Een hele, hele, hele diepe buiging!

Na een lange en leerzame periode van verschillende zorgopleidingen en werkervaringen, belandde ik onverwacht aan de andere kant van de zorg: als patiënt en zorgontvanger.

Na het behalen van mijn vmbo-diploma (Koen laude geslaagd: minimale inspanning, maximaal resultaat) dacht ik het onderwijs in te willen. De eerste drie jaar van de opleiding tot onderwijsassistent leek dit ook zo, alleen in het laatste jaar kwam ik erachter dat het onderwijs toch niet was wat ik wilde. Wel was ik ervan overtuigd dat ik wist wat ik wél wilde: de zorg in. Na twee jaar de studie Sociaal Pedagogisch Hulpverlener te hebben gedaan (helaas niet gehaald), heb ik de MBO-variant met succes afgerond. Ik was toen officieel persoonlijk begeleider gehandicaptenzorg. In die jaren heb ik ontzettend veel geleerd. Ik mocht stages lopen op een zorgboerderij, dagbesteding voor mensen met een beperking en op een woongroep waar enkele mannen met een licht verstandelijke beperking (LVB) wonen. Ook mocht ik bij de eerste twee werkervaring opdoen in weekenden en vakanties. Op al deze plekken heb ik gigantisch veel geleerd en gezien. Het belangrijkste dat ik geleerd heb is het communiceren op 1000 verschillende niveaus, van mensen die volledig zorgafhankelijk zijn en niet kunnen praten tot de LVB’ers die je soms alleen verbaal korte instructies hoefde te geven. Het is overigens niet zo dat dat nooit fout ging daarna. Nadat ik na het behalen van mijn diploma niet direct de juiste baan kon vinden binnen mijn bereik, ik had inmiddels mijn rijbewijs al moeten inleveren, besloot ik vrijwilligerswerk te gaan doen op een dagbesteding voor ouderen, kijken of dit misschien ook iets voor mij was. Ik vond het wel zonde, want de gehandicaptenzorg is echt heel mooi werk. Gelukkig beviel de ouderenzorg ook ontzettend goed en dus was ik ook heel blij toen ik een baan aangeboden kreeg binnen dezelfde organisatie op de woongroep die ze gingen openen. 

Helaas heb ik hier te kort van kunnen genieten, want in oktober 2018 moest ik stoppen, omdat ik te veel dingen over het hoofd ging zien. Ik ging van zorgverlener naar zorgontvanger, dat was heftig. Ik kwam terecht bij oog- en oorartsen en moest de nodige onderzoeken ondergaan. De ziekenhuizen in Venlo en Nijmegen waren me al bekend, omdat ik in het verleden extreem veel last van eczeem had. Met mijn ervaring als hulpverlener gingen me ineens allerlei dingen opvallen aan de zorg. Ook dingen die me lieten reflecteren op mijn eigen handelen in het verleden. Ik ben er vanaf dat moment veel bewuster op gaan letten, omdat ik beter wist wat ik als patiënt zelf wel of niet fijn vond. Behalve de vele onderzoekers en artsen in de verschillende ziekenhuizen kreeg ik ook te maken met andere hulpverleners. Zo heb ik tien maanden in een revalidatiecentrum in Apeldoorn gezeten om vaardigheden aan te leren waar ik mijn ogen niet bij nodig heb. Daarnaast heb ik door een zware depressie meer dan een maand op een gesloten afdeling van een GGZ-instelling gezeten. Als zorgontvanger heb ik ook de nodige ervaring. 

Sinds eind januari kom ik vanwege de gezondheid van een naaste meerdere keren per week op de intensive care (IC) in het VieCuri ziekenhuis in Venlo. Daar valt me dus ook van alles op. Het is niet zo dat ik het geweten van de zorg ben en dat ik als een Rob Geus alles kom inspecteren, maar ik vind het wel heel interessant om te zien hoe mensen werken om daarvan te leren. De IC in Venlo heeft zestien bedden en er werken meer dan 60 mensen. Mijn familielid heeft afgelopen woensdag na 19 weken de IC verlaten, hij viel inmiddels onder de zogenoemde langliggers. Echter is dit niet standaard, de hele afdeling kan met één keer knipperen helemaal zijn veranderd. Op zoveel personeelsleden kan het niet anders dan dat er altijd een paar tussen zitten die iets minder geschikt zijn of waar je merkt dat het gevoel ontbreekt. Nou, in Venlo dus niet. Vanaf dag één valt op hoe bizar goed deze mensen zijn. Van zaalartsen tot intensivisten en van de verpleegkundigen tot het ondersteunend personeel. 

Buiten de ongelooflijke kennis die ze hebben, moeten ze ook nog enorm flexibel zijn. Ze krijgen vaak te maken met acute, heftige gevallen en iedere keer moeten ze opnieuw de inschatting maken hoe te handelen, maar ook hoe te communiceren met de patiënt en zijn/haar familie. Zoals gezegd is het echt bijzonder om te zien wat voor werk ze leveren. Behalve hun oneindige medische kennis komen er ook nog de verzorgtaken bij. Daarbij kijken ze echt wat een individu nodig heeft en ook al zijn ze ongetwijfeld verbonden aan ontelbaar veel protocollen, ze zijn niet bang om af en toe buiten de lijntjes te kleuren als dit ten goede komt aan de patiënt. Het familielid was ook al twaalf weken niet meer buiten geweest, tot ze dachten dat de gezondheid het even toeliet en ze alles in het werk stelden dit te regelen. Behalve een behoorlijke voorbereiding vergt dit ook de nodige mankracht. Één arts en drie verpleegkundigen gingen mee om alles in goede banen te leiden. Een hoop apparatuur en reservespul werd meegesleept voor een relatief kort bezoekje aan de buitenlucht. Nadat iedereen in het zonnetje van een ijsje genoot werd alles na twintig minuten weer naar binnen verplaatst. Dit deed iedereen ontzettend goed en gelukkig werd dit ritueel nog enkele keren herhaald. Ze maken het voor de kleinkinderen makkelijker om er te komen door ze simpelweg een mondkapje en handschoenen te geven en ze zo het gevoel te geven dat ze ook echte dokters zijn. Hoe ze er alles aan doen om de verjaardag zo fijn mogelijk te maken. Zo kan ik nog veel meer voorbeelden noemen. Zelf geven ze aan dat dit voor hen een klein iets is, maar dit zijn juist hele grote dingen. Geluksmomentjes in een spannende tijd. Het maakt het des te mooier omdat je aan alles merkt dat ze het echt van harte doen. Dit zijn geen dingen die ze uit een boek leren, dit zijn dingen die ze doen omdat ze als mens handelen en omdat ze uit liefde voor het vak er alles aan doen om iedere dag het verschil te maken. En ze maken alle 60 iedere dag meer dan het verschil. Nooit is iets te veel, nooit is iets onmogelijk en altijd denken ze mee om het verblijf naar omstandigheden zo fijn mogelijk te maken. En natuurlijk klikt het met de een net wat beter dan met de ander, maar de intentie is bij iedereen hetzelfde. En nu denk je misschien, ja allemaal leuk en aardig Koen, maar dat is toch normaal. Nou, ik heb dus tien maanden in een revalidatiecentrum voor blinden en slechtzienden gezeten en heb meer dan een maand op een gesloten afdeling van een GGZ-instelling doorgebracht en ik kan je vertellen dat dit absoluut niet standaard is. Hoe vaak ik heb gehoord “ja, dit zijn de regeltjes” of “maar dit doen we altijd zo”, daar doen ze op de IC niet aan. Deze (bijna) liefdesverklaring is echter niet compleet zonder ook een kritische noot. Het puntje waar ik me dus wel behoorlijk aan erger is dat de klapdeuren naar de IC niet gelijktijdig openen. De ene deur gaat een fractie van een seconde eerder open… 

Achteraf kwam ik erachter dat ik twee jaar geleden al een grote groep IC’ers tegen ben gekomen in Oostenrijk. Zij waren daar op skivakantie na een heftige coronatijd. Ze werden daar tijdens een concert van Rowwen Hèze in het zonnetje gezet voor hun harde werk. Toen kregen ze al een fantastisch applaus voor hun inzet. Ik klapte toen ook mijn handen blauw, niet wetende dat ik ze twee jaar later van dichtbij mee ging maken. In het echt zijn ze dus ook heel goed en leuk!  

Het is algemeen bekend dat de zorg qua salaris geen vetpot is, maar deze mensen (en zovelen met hun in de rest van het land) verdienen het wel. Zij redden levens, zij zetten zich in op een normale woensdagmiddag, maar ook op zaterdagnacht en op dagen dat de rest van het land feest viert en zoals nu op dagen dat het prachtig weer is. Ik kan je alleen niet aanraden om er terecht te komen. Als ik het ooit over zou kunnen doen dan was dit mijn droombaan geweest. Al denk ik niet dat ik er de capaciteiten voor heb, haha. 

Ik weet in ieder geval zeker dat ik, door mijn eigen ervaringen als zorgontvanger en hoe ik de mensen op de IC aan het werk zie, nu een vele betere hulpverlener zou zijn geweest. Het gaat te ver om het verliefdheid te noemen, de liefde voor deze mensen is enorm groot. Het zijn geweldenaren, stuk voor stuk, ik heb er ruim 60 voorbeelden bij!