
Muziek heeft altijd een belangrijke rol in mijn leven gespeeld. Van legendarische optredens tot het maken van mijn eigen lied voor mijn boek.
Muziek is altijd al een belangrijk onderdeel van mijn leven geweest. In het begin vooral heel veel luisteren en later nog op allerlei andere manieren. Tijdens onze vakanties met de auto naar Frankrijk, Italië of Spanje stond de muziek de hele reis aan. Of, nou ja, bijna de hele reis. Als we op drukke wegen kwamen, moest mijn moeder zich volledig concentreren op het kaartlezen om te zorgen dat we niet de verkeerde afslag namen op de ring van Lyon. Als kinderen werden mijn zus en ik muzikaal mishandeld met nummers van Clouseau, Ruth Jacott en ABBA. ABBA vond ik toen dus echt vreselijk, maar nu vind ik het fantastisch. Toen ik mijn zwemdiploma haalde, kreeg ik als cadeautje de cd ‘Water, lucht en liefde’ van Rowwen Hèze, Limburgs trots uit het, naast Horst gelegen dorp, America. Die muziek beviel me zo goed dat een oom van mij de andere cd’s van Rowwen Hèze voor me brandde (wat toen waarschijnlijk nog mocht). Sommige deuntjes van vroeger zijn altijd blijven hangen, zoals ‘Walk of life’ van Dire Straits en ‘Meisjes van de nacht’. Als kind begreep ik natuurlijk niet waar dat laatste lied over ging, maar het klonk gezellig, dus ik zong vrolijk mee.
Tijdens mijn puberteit was Rowwen Hèze mijn grote favoriet. Op mijn dertiende ging ik voor het eerst naar een concert van hen en inmiddels heb ik volgens mij bijna 200 van hun optredens gezien. Maar ik luisterde ook naar andere muziek. Zo was het eerste grote evenement buiten Rowwen Hèze de TMF Awards in de, toen nog, HMH in Amsterdam. Daar stonden artiesten als Basshunter, die net was doorgebroken met zijn hit Boten Anna, Blue Men Group en het was het eerste grote optreden van Van Velzen die een zieke artiest mocht vervangen. Hij scoorde toen een hit met ‘Baby get higher’. Al die muziek downloadde ik destijds via Kazaa, Limewire of Bearshare. In de vijftien jaar die volgden, bezocht ik Pinkpop, Dance Valley, Mysteryland, Groots met een zachte G, Vrienden van Amstel en tal van andere kleinere festivals en werd ik een vaste bezoeker van de Zwarte Cross. Al ga je niet per se naar de Zwarte Cross voor de muziek…
Zo'n twintig jaar geleden begon ik met het draaien van plaatjes. Het begon heel onschuldig achter de muziekcomputer in de kantine van de voetbalclub, maar al snel groeide het uit tot een serieuze hobby, met optredens op bruiloften en kermissen. In 2019 moest ik daar helaas noodgedwongen mee stoppen, maar gelukkig kon ik toch nog wat plaatjes blijven draaien. Dit kwam doordat ik samen met vier vrienden een paar jaar een eigen radioprogramma had op de lokale omroep, wat ook ontzettend leuk was. Naast het luisteren, waar ik zo meteen meer over vertel, heb ik een beetje keyboard leren spelen op gehoor en drum ik af en toe wat. Dit mag allebei echter geen naam hebben, maar is wel gaaf om te doen.
Tot vorig jaar zong ik ook in een carnavalsgroepje. Ik heb tien keer meegedaan aan de liedjesavond van Horst, waar ik in de beginjaren een graag geziene artiest was bij de andere deelnemers. Het was immers wel duidelijk dat als ik meedeed, de rest zeker geen laatste zou worden. Na vier jaar op rij als laatste geëindigd te zijn, veranderden we onze samenstelling en begonnen we ineens mee te doen voor de prijzen. We werden twee keer derde en twee keer eerste. Dit zorgde ervoor dat we ons liedje gingen opnemen in een professionele studio. Daar werd mijn zangtalent snel opgemerkt. Waar mijn groepsgenoten een opname of tien per persoon nodig hadden, stond ie er bij mij op wonderbaarlijke wijze steeds in één keer op. Dat men zei dat ik voor spek en bonen meedeed en mijn opname de eindmix niet haalde, doet daar niets aan af. Ik had er namelijk enorm veel plezier in. We stonden zelfs in de finale van de belangrijkste liedjeswedstrijd van Limburg, voor een zaal met meer dan 7000 bezoekers en tienduizenden kijkers thuis. Daar zou menig artiest, die wel kan zingen, veel voor over hebben.
Naarmate mijn zicht verder achteruitging, werd muziek steeds belangrijker voor me en viel het me ook meer op hoe belangrijk muziek voor mensen is. Het is altijd en overal aanwezig en bijna iedereen reageert erop. Zet muziek aan bij kinderen en ze beginnen te dansen; zet muziek aan bij ouderen en ze zingen mee of willen ook dansen. Mijn dochtertje Jet (4 jaar) hoeft maar iets van muziek te horen en ze staat meteen te springen of te schudden met haar heupjes, iets wat veel kinderen doen. Toen ik nog in de ouderenzorg werkte, zong ik urenlang met de bewoners. Iedereen genoot ervan en sommigen waagden zelfs een dansje. Het was ook een mooi middel om in te zetten bij bewoners die onrustig waren: samen oude liedjes luisteren. Hoe dement sommige mensen ook waren, de teksten van liedjes kenden ze vaak nog, net als de herinneringen die eraan verbonden waren, wat leidde tot prachtige verhalen. Door mijn werk in de ouderenzorg ken ik ze allemaal: ‘Daar bij die molen’, ‘De Veleta’ (alleen de tekst, niet de dans!), ‘Kleine café aan de haven’, ‘De Zuiderzee ballade’ en noem ze maar op. Ook de jeugd luistert nog veel muziek. Dat weet ik omdat ze dagelijks hier voorbijfietsen met hun boombox op het fietsenrekje. Het is wel verschrikkelijke muziek die erop staat, maar ze luisteren wel. Op zo’n moment ben je liever doof dan blind.
Door het verlies van mijn zicht ben ik muziek veel meer gaan waarderen. Ik luister nu veel meer naar de teksten, hoe een nummer is opgebouwd en welke details erin verwerkt zitten. Mijn smaak is ook flink veranderd. Rowwen Hèze blijft altijd mijn favoriet, dat zal nooit veranderen, maar de laatste jaren ben ik ook andere artiesten veel meer gaan waarderen. Zo luister ik bijvoorbeeld veel meer Nederlandstalig. Niet Engelbewaarder en dat soort nummers, maar wel artiesten als Racoon, Diggy Dex, Emma Heesters en Suzan en Freek. Ja, dit is mijn officiële bekentenis: ik ben fan van die laatste twee. Als niemand thuis is, zet ik het volume op standje burenruzie en blèr ik keihard mee. En ja, ik moet ook bekennen dat ik kaartjes heb voor hun show in de Ziggo Dome in mei. En nee, ik hoef niet met Puk mee, Puk moet met mij mee. Mijn stoere reputatie was al niet geweldig, maar die is nu natuurlijk helemaal verdwenen. Mijn Spotify-lijst bevat trouwens veel variatie. Buiten heel veel Suzan en Freek en Rowwen Hèze vind je liedjes van Danny Vera, Linkin' Park, Dropkick Murphys, Avicii, Martin Garrix en Adele (ook heel stoer). Met mijn hoorapparaten kan ik altijd en overal muziek luisteren en ze hebben nog meer voordelen. Afgelopen vriendenweekend stond er constant van die typische sportschoolmuziek op, alsof je in The Sting bent. Af en toe is zo’n nummer best te hebben, maar na drie nummers weet ik het wel. De rest wilde blijven luisteren naar paupermuziek. Toen een vriend na een uur vroeg of ik iets op wilde zetten, zei ik: “Nee hoor, ik heb al een uur mijn eigen muziek aan staan, dus dit is prima zo.”
Muziek is voor mij belangrijker geworden, maar ik ga minder snel naar een concert. De onoverzichtelijke drukte speelt hierbij een grote rol. De laatste optredens die ik bezocht, waren zitconcerten van Racoon en Davina Michelle. In de toekomst denk ik dat ik eerder naar een theater zal gaan dan naar een festival.
Vanwege dit alles leek het me dus ook leuk om zelf een lied te maken bij mijn boek. Een lied met veel blazers, omdat ik dat vaak heel mooi vind. Het resultaat is inmiddels al even uit, maar mocht je het gemist hebben, kijk dan de video hieronder. Ik ben er in ieder geval erg blij mee en dankbaar voor alle lieve muzikanten die me hierbij geholpen hebben.
Hier beneden luister je ook nog het beste nummer ooit gemaakt. Voor mij natuurlijk een lied van Rowwen Hèze, maar dan wel in een uitvoering met het Metropole Orkest.